Nederland bouwt een krijgsmacht die klaar is voor morgen

In deze conflict update: Defensie zet een heldere koers uit. Nederland werkt met urgentie aan een krijgsmacht die aansluit bij de dreigingen van vandaag en morgen — een die het gevecht langer kan volhouden en snel kan inspelen op veranderingen in de wereld, om te beschermen wat ons dierbaar is. Daarvoor is nauwe samenwerking met bondgenoten, de samenleving en de industrie onmisbaar. Dat staat in de vandaag gepresenteerde Defensienota 2026.

Tijdens de historische NAVO-top in Den Haag omarmden de bondgenoten vorig jaar de 3,5%-norm. In lijn met het coalitieakkoord laten minister Yeşilgöz-Zegerius en staatssecretaris Boswijk met deze Defensienota zien hoe zij het extra geld willen inzetten om de krijgsmacht te versterken.

Yeşilgöz: “Met de vandaag gepresenteerde Defensienota hebben we een helder plan om ons land veilig te houden. En dat is juist nú nodig. Want de wereld is lange tijd niet zo onveilig geweest. We gaan samen met onze bondgenoten tegenstanders afschrikken. Zodat niemand het in zijn hoofd haalt om ons aan te vallen. In de turbostand gaan we verder om onze krijgsmacht, defensie-industrie en samenleving sterker te maken. Want onze vrije manier van leven, onze democratie en ons prachtige land, moeten we koste wat het kost beschermen. We kiezen voor kracht, weerbaarheid en verantwoordelijkheid. Niet uit angst voor de toekomst, maar in het vertrouwen dat een goed voorbereid Nederland sterker is dan welke dreiging dan ook.”

Een andere krijgsmacht

De krijgsmacht van de toekomst moet meer zijn dan een uitvergrote versie van de huidige. Oorlogsvoering verandert in de kern, en de rol van technologie is enorm. Drones, AI, cyber, de ruimte, langeafstandswapens en het elektromagnetisch spectrum bepalen steeds vaker wie het snelst ziet, beslist en handelt. Bij de keuzes van Defensie zijn de NAVO-eisen leidend. Op basis daarvan versterkt Defensie de krijgsmacht, met voorrang voor capaciteiten die het meest bijdragen aan de effectiviteit en geloofwaardigheid van het bondgenootschap.

De aanleiding is helder: de wereld is gevaarlijker geworden. Rusland bereidt zich voor op een langdurig conflict met Europa, mede tegen de achtergrond van de aanhoudende oorlog in Oekraïne. China wordt steeds machtiger en ook in het Midden-Oosten heerst veel onrust. Nederland wordt nu al dagelijks aangevallen via computers, spionage en nepnieuws. Europese landen moeten daarom meer zelf doen, terwijl Amerika van Europa verwacht dat het meer verantwoordelijkheid neemt voor de eigen veiligheid.

Onbemenste systemen

Drones en andere onbemenste systemen vormen een kernonderdeel van de plannen. Over vijf jaar moeten die verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de operationele effecten. Digitalisering, data en snelheid worden doorslaggevend: informatie moet sneller worden omgezet in actie. Daarom worden sensoren, data, inlichtingen, cyber, ruimte en commandovoering veel sterker met elkaar verbonden. Zo kan Defensie sneller zien, besluiten en handelen. Het uitgangspunt luidt: onbemenst waar het kan, bemenst waar het moet.

Het kabinet kiest daarbij niet automatisch voor het meest geavanceerde systeem met een lange levertijd. Wat snel beschikbaar is en effect heeft op het gevechtsveld, krijgt voorrang.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Voor een sterke Nederlandse krijgsmacht is samenwerking met kennisinstellingen en de defensie-industrie essentieel. Zo wordt gewerkt aan de broodnodige opschaling en aan het behoud van de technologische voorsprong. Om die ambities waar te maken, gaat oplopend 10% van het defensiebudget naar innovatie. Daarvoor richt Defensie een eigen innovatie- en opschalingsautoriteit op. Ook de manier van samenwerken verandert: innovatie moet snel van idee naar inzet, en leren gebeurt continu, zonder onnodige regels of hiërarchie. De samenwerking tussen Defensie, industrie en kennisinstellingen moet daarom nauwer en intensiever worden.

Boswijk: “Om de vijand voor te blijven, hebben we een andere krijgsmacht nodig: één die risico’s neemt, anticipeert en leert terwijl ze vecht. De grootste innovatie is niet een nieuw wapensysteem, maar een nieuwe manier van samenwerken. Met de defensie innovatie opschalingsautoriteit overbruggen we de kloof tussen lab en front. De traditionele relatie van klant met leverancier maakt plaats voor partnerschappen met kennisinstellingen en industrie. Vernieuwen kunnen we niet alleen: we hebben industrie nodig die durft op te schalen, investeerders die instappen en kennisinstellingen die kennis omzetten in gevechtskracht. Defensie steunt dat met langjarige contracten en afnamegaranties. De versnelling is ingezet. Nu moeten we vaart blijven maken.”

Personeel

De slagkracht van Defensie staat of valt met het personeel, nu en in de toekomst. De organisatie groeit dan ook in omvang: richting 2030 werken er ruim 100.000 mensen bij Defensie, onder wie veel reservisten. Zij worden structureel onderdeel van operationele eenheden — zonder hen kan er bij crisis en conflict niet snel worden opgeschaald. Na afloop van een conflict, en als de dreiging het toelaat, kan de krijgsmacht na een eerdere opschaling ook weer terug naar de vaste kern.

Er wordt geen krijgsmacht gebouwd voor ooit, maar voor nú. Wat vandaag gebeurt, bepaalt of Nederland morgen kan afschrikken, vechten en langdurig beschermen wanneer dat nodig is.